De grove motoriek bij peuters en kleuters

Je kunt hierbij denken aan springen, traplopen, klimmen, op één been staan, hinkelen, rennen, fietsen

Bij het traplopen kijken wij bijvoorbeeld of het kind al op de voeten naar boven en/of beneden kan gaan. Het is van belang of het kind het met of zonder steun kan. Ten slotte kijken we of het kind bijstappend (met 2 voeten op 1 trede) of doorstappend (met 1 voet op 1 trede) de trap op en/of af kan lopen

Traplopen

Om welke reden gaat een peuter of kleuter naar de kinderfysiotherapeut?

  • Afwijkende manier van lopen (op de tenen, met de voeten naar binnen gedraaid etc.)
  • Veel vallen
  • Houterig bewegen
  • Angstig zijn voor bijvoorbeeld klimmen
  • Achterstand in de grof motorische ontwikkeling (moeite met fietsen, huppelen etc.)
  • Achterstand in de fijn motorische ontwikkeling (knippen, kleuren, plakken etc.)
  • Poep- en plasproblemen
  • Problemen in de sensorische informatieverwerking (SI)
  • Zwemproblemen

Wat doet de kinderfysiotherapeut

Middels testen kan de kinderfysiotherapeut bepalen of er sprake is van een normale motoriek, een risico op achterstand of een achterstand. Er wordt gekeken wat het kind spontaan laat zien, verder zullen er bepaalde vaardigheden uitgelokt worden.

Mocht het inderdaad nodig zijn dan zal er op een speelse manier geoefend worden om de motoriek te verbeteren

Klik hier om uw kind direct aan te melden